ELO en ‘Ver-anderen’

Het blijft lastig, veranderen. Ook als dat echt noodzakelijk is omdat er ‘iets’ niet werkt. Mensen zijn al gauw geneigd om de oorzaak buiten zichzelf te leggen, bij voorkeur bij dat ‘iets’ wat het dus niet doet. Een bekend voorbeeld binnen het onderwijs is complexe software als leerlingvolgsystemen of elektronische leeromgevingen (ELO). Het is genoegzaam bekend dat veel ELO’s op scholen onvoldoende of zelfs helemaal niet worden gebruikt. Het zal wel aan het systeem liggen.

De ELO werkt niet?

Bij elke nieuwe technologische ontwikkeling zijn mensen feilloos in staat om aan te geven wat er mis is met het product. Radio, televisie, computer, internet, smartphone: de negatieve kanten zijn eenvoudig te benoemen maar bovenal zijn ze altijd hetzelfde. Het gaat nooit over het product zelf maar altijd over wat we er mee doen. Het feit dat er veel rotzooi op TV wordt uitgezonden kan je het apparaat natuurlijk niet kwalijk nemen. Je hoeft niet naar die rommel te kijken en er wordt ook heel veel moois gemaakt. Het gaat uiteindelijk om wat je er mee doet.

Daarnaast zijn wij mensen heel goed om bij veranderingen te wijzen op die zaken die nog niet gerealiseerd zijn of moeilijk te realiseren zijn. Hilarisch was deze week de reactie van (met name Duitse) autobouwers op de ontwikkeling van elektrische auto’s. De doelstellingen zouden nooit kunnen worden gehaald want er waren nog onvoldoende laadpalen. Het werd helemaal niks. Dat vond ik dus erg geestig want dat was precies de reactie die de eerste Henry Ford ruim 100 jaar geleden kreeg bij de introductie van de eerste auto voor de massa. ‘Dus om uw auto een succes te maken dienen er door het hele land ‘tankstations’ te komen?’ Kansloos (zeiden de koetsiers).

De implementatie van ELO’s binnen het onderwijs leidt aan dezelfde manco’s. Het product werkt niet dus stappen we over naar een ander product. Vaak krijgen we dan een nieuw product dat ook niet werkt. In de zin dat de meeste docenten er nauwelijks mee werken of in het ergste geval er met een grote boog omheen lopen. Het ontwerpen, inrichten en daadwerkelijk gebruiken van complexe digitale systemen is precisiewerk en vraagt om een nauwgezette implementatie. Bovenal moeten de eindgebruikers worden meegenomen en dienen zij ook een aantoonbaar voordeel te hebben bij het gebruik van het product. Anders gaan zijn het niet gebruiken, zo simpel is het.

Adoptie van nieuwe technologie

De gebruikers moeten vooral worden meegenomen in de ‘verandering’. ‘Je deed het wellicht op manier A maar we gaan nu allemaal manier B gebruiken’. En dat is lastig. Mensen willen natuurlijk best wel mee maar in de regel is dat veranderen iets wat verweg is en gebeurt door anderen. Bij elke productintroductie en implementatie dient de gebruiker dan ook centraal te staan. Anders wordt het helemaal niks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *