21st century skills: meer dan holle retoriek?

Volgens Erik Meester, Sarah Bergsen Paul Kirschner niet. In hun artikel “De holle retoriek van 21st century skills. Hoezo is kennis minder belangrijk?” vegen zij de vloer aan met Sir Ken Robinson en anderen die beweren dat kennis steeds minder belangrijk wordt en wij kinderen vooral algemene vaardigheden moeten aanbrengen. Kirschner roeit hiermee weer tegen de stroom in. Iets wat hij (samen met een aantal andere auteurs) ook al deed in het boek “Jongens zijn slimmer dan meisjes. 35 Mythes over leren en onderwijs”. Je zou dus kunnen denken dat hij graag een andere mening laat horen in de hoop op die manier op te vallen. Of heeft hij echt een punt en is hij één van de weinigen die kritisch zelf na durft te denken en niet bang is een afwijkend geluid te laten horen?

Wat is het bezwaar van Meester, Bergsen en Kirschner?

Kern van het betoog van de auteurs is dat de voortdurende nadruk in onderwijsland op generieke vaardigheden (de 21st century skills) de positie van vakkennis in gevaar brengt en een negatieve invloed heeft op de onderwijskwaliteit.

Volgens de auteurs zijn vaardigheden altijd onlosmakelijk verweven met kennis en domeinspecifiek en niet generiek. Als voorbeeld noemen zij een student geschiedenis die veel beter in staat is om kritische vragen te stellen bij de rol van de Nederlandse regering in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog dan een student natuurkunde. Als tweede voorbeeld wordt in dat kader genoemd dat Pablo Picasso de creativiteit die in zijn meesterwerken heeft toegepast waarschijnlijk nooit heeft kunnen toepassen in een potje schaak. Net zo min als de beste docent Nederlands, met alle leesstrategieën van de wereld, een tekst over kwantummechanica niet goed kan begrijpen als zij niets over dit onderwerp weet.

Misvatting

Het is volgens de auteurs ook een misvatting dat parate kennis minder belangrijk wordt omdat we door de digitale revolutie toch alle informatie direct kunnen opzoeken. Het omgekeerde is volgens hen waar. Ik citeer: “Kennis wordt juist steeds belangrijker om de waarde (betrouwbaarheid, bruikbaarheid et cetera) van die tsunami aan informatie te beoordelen. Zonder gedegen basiskennis en -vaardigheden is dit onmogelijk”.
Al onze cognitieve vermogens, zo stellen Kirschner et al, zijn volledig afhankelijk van de aanwezige kennis in ons langetermijngeheugen. Het is die enorme hoeveelheid kennis die in ons langetermijngeheugen zit die ons in staat stelt de wereld om ons heen te begrijpen en te leren. Een werkelijk creatieve oplossing, zo stellen de auteurs, komt zodoende niet uit het niets, maar put uit een uitgebreide kennisbasis.

“We moeten de beschikking over kennis, bijvoorbeeld via internet, niet verwarren met het bezit van kennis”, zo sluiten de auteurs af. “Als we deze kennis hadden gehad, waren we nooit massaal gevallen voor de 21e eeuwse vaardighedenretoriek”.

Zijn we met z’n allen dom bezig?

Zitten de OESO, het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, de Sociaal Economische Raad, Stichting Leerplanontwikkeling, Sir Ken Robinson en al die scholen die met 21st century skills aan de slag zijn gegaan er dan allemaal naast? Roept iedereen elkaar alleen maar na bij gebrek aan kennis? Zijn we om met de woorden van koningin Maxima te spreken allemaal “een beetje dom”?

Ik denk dat Meester, Bergsen en Kirschner absoluut een punt hebben. Dat we de waarde van kennis en leerkrachten en docenten die die kennis kunnen overbrengen niet moeten onderschatten. We leven in een tijd waarin steeds meer informatie beschikbaar is en je diepgaande kennis moet hebben van een specifiek onderwerp om je te onderscheiden van de massa. En ik ben het er ook helemaal mee eens dat je alleen de juiste vragen kunt stellen of met echt creatieve oplossingen kunt komen als je kennis van zaken hebt.
Echter, die kennis kun je alleen vergaren als je weet waar je moet zoeken. En als je eenmaal veel kennis vergaard hebt op een specifiek onderdeel heb je vervolgens anderen nodig om iets te bereiken met je opgedane kennis. Daarmee versterk je elkaar. Zie daar de opkomst van de netwerksamenleving. Kennis is macht, zoals Krischner et al in het verlengde van Francis Bacon stellen. Maar in de huidige tijd geldt dat volgens mij alleen wanneer je die kennis met anderen deelt.
En dan heb je behalve kennis dus ook de vaardigheden nodig die bijvoorbeeld zijn benoemd in onderstaande figuur die ik geleend heb van Kennisnet.

Waarbij een groot deel van die vaardigheden volgens mij aangeleerd kunnen en moeten worden. Leerlingen moeten weten hoe zij een goede zoekopdracht moeten geven en moeten weten dat er ook nepnieuws is. Ik denk dat het goed is dat als we willen dat meer leerlingen doorstromen naar de universiteit omdat we een kenniseconomie willen zijn we zorgen dat ze weten hoe ze een probleem bij de kop moeten pakken. Ik denk dat het goed is dat ze leren zich te presenteren en dat ze leren samen te werken. Het kan best zijn dat creativiteit niet aan te leren is, maar we kunnen wel ruimte geven voor creativiteit. Dat we voorkomen dat kinderen die mooie dingen kunnen maken met hun handen niet naar techniekles mogen omdat ze hun opdracht voor aardrijkskunde nog niet af hebben.

Ik denk niet dat Kirschner et al helemaal geen aandacht willen besteden aan vaardigheden maar vooral een pleidooi willen houden om vooral ook aandacht te blijven besteden aan het bijbrengen van kennis. Net zomin als Sir Ken Robinson et al kennis niet weg willen cijferen en alleen maar aandacht zouden willen besteden aan het bijbrengen van vaardigheden. Ik denk dat iedereen wel inziet dat het allebei nodig is. Toch? En daar ligt dan gelijk weer de uitdaging voor leerkrachten en docenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *