Waarom kennen we op school het vak toekomst niet?

Vorige week had ik eerst een presentatie van trendwatcher Richard van Hooijdonk en een paar dagen later een concert van het Bach Choir en Orchestra o.l.v. Pieter Jan Leusink. Het contrast had niet groter gekund. Waar de één probeerde me mee te nemen in de toekomst probeerde de ander me mee te nemen naar vervlogen tijden. Toen ik hier op kantoor over vertelde en we met name door filosofeerden op basis van het verhaal van Van Hooijdonk maakte een collega de  opmerking: “waarom hebben we op school eigenlijk wel een vak geschiedenis maar niet een vak toekomst”? Tsja, waarom vertellen we kinderen inderdaad wel hoe het vroeger was en niet hoe de toekomst er naar alle waarschijnlijkheid uit gaat zien?

Belang om aandacht te besteden aan het verleden

Als er iemand is die het nut van het vak geschiedenis te vuur en te zwaard bestrijdt, dan is het mijn oudste zoon. Hij ziet absoluut niet in wat het aan zijn toekomstige carrière kan bijdragen dat hij op de hoogte is van het feit dat van 1568 tot 1648 de Tachtigjarige Oorlog plaatsvond. En zeg eens eerlijk: kende jij deze jaartallen nog? Ik moest het in ieder geval even “googlen”. En dat is precies het punt van mijn zoon: “Mocht ik het in de toekomst toevallig een keer nodig hebben, dan zoek ik het wel op” (maar voor nu: “boeien!”).

Als we weer eens zo’n “nut en noodzaak”-discussie hebben breng ik meestal het volgende citaat van Golo Mann in: “Wie het verleden niet kent, zal geen greep krijgen op de toekomst.” Eentje die ook bruikbaar is is de volgende van Thomas Carlyle: “Het heden is de totaalsom van de geschiedenis.” Ik sta hier volledig achter. Ondanks de volgende citaten die net als voorgaande terug te vinden zijn op www.historiek.net/geschiedenis-quotes: “Geschiedenis is niet wat er gebeurd is, geschiedenis is wat de mensen zich herinneren” (Jan Blokker) of “De geschiedenis bestaat uit leugens over gebeurtenissen die nooit plaats vonden verteld door mensen die er niet bij waren” (George Santayana).

Aandacht voor de toekomst is ook belangrijk

Geschiedenis doet er dus toe. Maar ook de toekomst. Waar mijn zoon in geïnteresseerd is, is waar hij in de toekomst geld mee kan verdienen. Het liefst zo veel mogelijk in zo kort mogelijke tijd. Het beeld dat Richard van Hooijdonk schetste liegt er niet om. Zijn verhaal draaide om technologische ontwikkelingen als robotisering, the internet of things, nano-technologie etc. Als al die technologieën zich in het huidige tempo blijven ontwikkelen, zo luidde zijn boodschap, dan hebben we over 30 jaar wellicht het eeuwige leven mogelijk gemaakt. Een leven waarbij robots en mensen met elkaar samenleven en wellicht deels met elkaar verweven zijn. Of nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Zoals als uit dit filmpje blijkt gaat het hard op dat vlak.

In ieder geval zal het zo zijn dat veel van de beroepen die we nu kennen over pakweg 20 jaar niet meer zullen bestaan. Meest voor de hand liggend daarbij zijn beroepen als kapitein (vervangen door zelfsturende schepen) en taxi- en vrachtwagenchauffeur (zelfrijdende auto’s). Maar gegeven de ontwikkelingen op het gebied van artificial intelligence komen wellicht ook kennisintensieve beroepen als advocaat, rechter, consultant en – jawel – docent/leerkracht ter discussie te staan.

Hiervoor in de plaats komen allerlei nieuwe beroepen. Voorbeelden die Van Hooijdonk noemde zijn bijvoorbeeld “robot personality designer”, “AI-trainers”, “life extension manager” en “digital death agent”. Om de kinderen van nu voor te bereiden op die nieuwe beroepen (waarvan we de meeste nu nog niet kennen) moeten we kinderen volgens Van Hooijdonk vaardigheden bijbrengen als nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht, kritisch denken, veerkracht, idea-loading (snel nieuwe ideeën ontwikkelen), ethiek en experimenteren. Waarbij leerlingen zich vooral ontwikkelen op waar hun talenten liggen en leerkrachten hen coachen.

Verleden, heden en toekomst

Natuurlijk kunnen al die vaardigheden niet worden bijgebracht via één vak “toekomst”, Het volledige curriculum zou aandacht moeten besteden aan het bijbrengen van deze vaardigheden. Maar misschien is het toch de moeite waard om een vak VHT (verleden, heden en toekomst) te introduceren. Waarin heden en toekomst worden geduid vanuit het verleden, zodat geschiedenis ineens heel praktisch wordt. Godfried Bomans zei het al: “De geschiedenis is het heden, gezien door de toekomst” (of zoiets).

Binnen zo’n vak kan gewerkt worden aan de ontwikkeling van 21e eeuwse vaardigheden als analyseren en probleemoplossend werken, kan aandacht worden besteed aan ethische discussies en kunnen leerlingen zich oriënteren op de veranderende arbeidsmarkt. In de hoop dat we op die manier burgers ontwikkelen die zich bewust zijn van wat er in hun omgeving gebeurt. Iets wat naar mijn idee niet gezegd kan worden van de leden van het Bach Choir en Orchestra. Die hebben volgens mij geen weet van de exponentiële veranderingen die in distributiecentra worden doorgevoerd (zie bijvoorbeeld dit filmpje van een distributiecentrum van Amazon) en de metselrobot (zie dit filmpje). Gegeven de spraakkwaliteiten van de huidige humanoids duurt het misschien ook nog wel even voordat ook hun werk wordt overgenomen…

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *